Toespraak 2012

13 april 2012

Met een meldpunt begon het, voor Joden.
Het werd een verbod.
Een verbod om te bestaan als mens
Ze werden illegaal verklaard.
Ze bestonden niet meer.
Ongewenst.

Zo begon het.
Toch werden mensen in Nederland wakker. Dit kon niet.
Toen ontstond de illegaliteit.
Een geuzennaam.

Mensen moesten eten hebben
Onderdak
Verzorging.
De grondrechten van de mens.

Jonge en oude mensen kwamen in opstand
Verzet tegen de “Endlösung”van een megalomaan.
In opstand tegen de toenmalige politiek heerser.
Ook mensen uit Heerde. Zomaar wat namen:
Detmer Dekker, Freek Kok, Meijer de stoffeerder.
Middenstanders, maar ook arbeiders, notabelen, boeren en studenten.
Zij die hier vielen en de overlevenden en vele anderen.
De ondergrondse, de knokploegen die de toenmalige voedselbanken van hun bonkaarten beroofde en gevangenen bevrijdde.
De Jodenhulp om te redden wat er te redden was.
De Landelijke Organisatie. De Orde Dienst
Later verenigd in de Raad voor Verzet en Binnenlandse Strijdkrachten
Zij sneuvelden hier en onschuldige burgers werden ook slachtoffer.
Door een stom toeval. Zij gaven hun leven voor de menswaardigheid die verdwenen was en voor de bevrijding die nabij leek. Stom toeval in een ongelukkig vuurgevecht.

Toch gebeurde er een wonder.
Zonder rancune maakten burgers en nabestaanden, vrienden een monument.
Met een Zwaard wat Kruis werd.
Teken van verzoening.
Nog steeds staat het teken hier.
Al 65 jaar.
Laat dit teken ons oproepen tegen het gif om mensen weg te zetten als ongewenst.
Voor onze naaste.
Waar ook vandaan.
Laat het offer van wie wij herdenken, niet voor niets zijn geweest.
Het zwaard wat kruis werd, als een teken van verzoening. Ook voor en met hen die hier doodden.
De offers waren groot, maar niet voor niets.