Toespraak 2010

13 april 2010

Omdat er vandaag een relatief groot aantal aanwezigen is die het verhaal achter deze herdenking wellicht niet kennen, wil ik 65 jaar na dato het hier in het kort weergeven. Het is uitgebreid beschreven in twee gedenkboeken, een video en het boek: de mensen achter de namen van de HHV.
65 Jaar geleden kregen de verzetsgroepen op de Oost-Veluwe bericht vanuit Londen dat de bruggen over het kanaal bewaakt moesten worden om vernieling door de Duitsers te voorkomen en de intocht van de geallieerden te bevorderen. Omdat de verzetsgroepen in Heerde, Epe en Oene relatief klein en verzwakt waren, werd de hulp ingeroepen van verzetsgroepen uit Kampen, Elburg, Doornspijk en IJsselmuiden.
Deze brug – de Klementbrug – werd bewaakt door de groep Heerde, Elburg en Doornspijk. Op de ochtend van 13 april was er weer niets gebeurd (net zoals de nacht ervoor). Bij het krieken van de ochtend begonnen de verzetslieden die hier in de schuur zaten, hun wapens uit elkaar te halen en de oranje banden van hun overalls te halen. Ze waren namelijk bevolen om een blauwe overall met oranje armband te dragen om zich te kunnen identificeren als verzet. Later zal blijken hoe fout die order was.
Juist op dat moment kwam bericht via de wachtposten dat er een groep van zo’n veertig Fallschirmjäger in aantocht was. Ze waren op de terugtocht, op de vlucht voor de naderende geallieerden. Ze wilden pauzeren in de schuur waar zich de verzetslieden bevonden. De commandant van de Duitsers had vrij snel door wat de situatie was.
Be van Dijk, de commandant van het verzet in Heerde, zag de nood van de situatie. Hij gaf zijn mannen bevel te vluchten en bleef zelf voor de deuropening staan. De mannen sprongen uit alle ramen en deuren in de schuur; zelfs door de schoorsteen, die groot was omdat hier ooit een worstdrogerij gezeten had. De meesten konden dankzij een dichte mist ontkomen via de boomgaard en werden niet geveld door het spervuur van de Duitsers. Van de twintig die hier waakten werden er uiteindelijk vier gedood: Be van Dijk, Adri en Herman van Apeldoorn, en Henk Hulst.
De Duitsers waren echter door het dolle heen en gingen de buurt rond om iedereen die een blauwe overall droeg op te brengen. U weet wellicht dat dit een normale boeren werkdracht was. Enkele omstanders zijn toevalligerwijze door geweervuur getroffen. Zoals Gerrit Jan Haverkamp en Gerardus Hermannus Michael van der Vegt. Als represaille werden Koendert van Lohuizen, Jan Roke en Jan Stoffer en Adri van Apeldoorn die gewond was, maar nog niet dood, hier gefusilleerd. Tijdens het schieten kwam Nicolaas Rambonnet, die de wacht had bij de Vemderbrug en kwam kijken, overrompeld door een Duitse patrouille en doodgeslagen met veldschoppen. Gerrit Pleiter, verzetsstrijder uit Heerde, was als gids betrokken bij de brug Epe/Oene. Toen hij later op de dag naar huis ging werd hij tegengehouden ter hoogte van de Vosse. Hij vluchtte plotseling en werd aangeschoten. Later op de dag kreeg hij een nekschot. Johannus Wilhelmus Hoogland werd als gids van twee Canadese soldaten gepakt en als represaille later op de dag hier neergeschoten. Het huis hier en de brug werden opgeblazen.
De gedode mensen werden in een massagraf begraven en zijn vier dagen later, toen Heerde werd bevrijd, opgegraven, geïdentificeerd en herbegraven..
Twee jaar later is hier het monument gemaakt, zonder hulp van overheden, maar met burgers uit de buurt en ex-verzetslieden. Jaarlijks wordt hier op dit tijdstip het gebeuren herdacht.
Vier jaar geleden maakte ik bij deze herdenking voor het eerst melding van de situatie van asielzoekers die schandalig door de Nederlandse overheid behandeld werden.
Dat zou verbeteren. Daar is hard aan gewerkt. Toch lezen en horen we opnieuw van ernstige  schending van humanitaire rechten zoals voorziening van voedsel en onderdak bij asielzoekers. Is het niet vreemd dat dit soort situaties kennelijk niet uit te bannen zijn. Toen ruim zeventig jaar geleden vluchtelingen toegang zochten, op vlucht voor de dreigende dictator, sloten we onze grenzen en lieten we de joden oppakken omdat die groep geëlimineerd moest worden. Zo erg zal het wel niet zijn zeiden we in het begin.

Toen wij de dictator en zijn regime van uitbuiting verhongering en verdrijving zat waren, werden we door vrije landen bevrijd. De mensen die hier vielen, hielpen daarbij of waren slachtoffer van de actie. Velen echter uit ons land hebben in die tijd in het buitenland onderdak gevonden, gevlucht onder moeilijke omstandigheden.
En toen niks geen verhaal van: “als je land je niet terug wil hebben dan is dat jammer, maar je bent hier gekomen, hierbij een treinkaartje tot de grens en als je niet weg bent wordt je opnieuw in detentie gesteld, ook als je aantoont dat je niet terug kunt keren.
Deze vraag heb ik me vaak gesteld: Zijn de mensen die wij hier herdenken dan voor niets gestorven? Is de wereld niet te verbeteren tot een meer menselijker instelling? Mensen die hier staan om hun familieleden, vrienden te herdenken, vraag ik: handel zoals zij geleefd en gestorven zijn. Voor vrijheid en ontsnapping van tirannie.

Op 5 mei 1945 was er een herdenkingsdienst in de Hervormde Kerk. Op een groot oranje bord stonden voor de preekstoel de volgende woorden:

Hadde ons de Heer
-Hem zij al de eer-
alzo niet bijgestaan
wij waren lang.
-ons was zo bang-
al in de druk vergaan.

Dit waren woorden van Aaltje Konijnenberg, zij is ons nu helaas ontvallen.