Toespraak 2009

13 april 2009

 

64 Jaar geleden vonden twaalf mensen hier de dood. De dood, omdat ze beschouwd werden als terroristen. In de jaren dat ik werkte aan de wederopbouw in de naoorlogse gebieden Bosnië, Kosovo, Irak, Afghanistan, heb ik het woord terrorisme vaak horen noemen en soms lijfelijk de gevolgen meegemaakt. Waren de slachtoffers die we hier gedenken terroristen? Terroristen zijn mensen die terreur uitoefenen met een politiek oogmerk. Niet voor niets zit er het woord terror=angst in. Angst aanjagen teneinde een politiek doel te bereiken.

De mannen hier voldeden slechts aan het verzoek van de geallieerden om de brug te bewaken. Ze hadden hun idealen over een bevrijd en ontknecht Nederland. Om zich te onderscheiden van terroristen, die altijd onopvallend gekleed gaan, werd hun opgedragen een blauwe overall te dragen. De gezaghebbers hebben kennelijk niet in de gaten gehad dat in deze plattelandsomgeving het grootste deel van de bevolking in zo’n blauw ding liep. De Duitsers konden toen geen onderscheid meer maken tussen deelnemers en onschuldige burgers die hier samen neergeschoten werden. In een standrechtelijke executie zonder enig verhoor en in woede en frustratie.

De moordenaars zouden nu voor een tribunaal gedaagd worden. Voor een buitenstaander is het moeilijk onderscheid te maken tussen een vrijheidsstrijder en een terrorist. Het hangt vaak af van de politieke kleur en de uiteindelijke overwinnaar. Het verschil zit hem in het angst aanjagen.

Op 4 mei komen hier Duitse jongeren bij dit monument om het verhaal te horen en op 12 en 14 mei enkele klassen van de basisscholen voor de jaarlijkse vertelronde. Ook vanochtend zijn hier jongeren van de Horsthoek en de Margrietschool en wellicht andere scholen aanwezig Waarom komen ze hier? Om het verhaal te horen en de boodschap te begrijpen van: “laat je geen angst aanjagen”, want dat is het doel van terroristen.

En als er dan toch zoiets vreselijks gebeurt, zoals hier, waarbij onschuldigen hun leven laten, dat er dan verzoening mogelijk is tussen nabestaanden van de verzetsgroep en de onschuldige buurtbewoners. Samen hebben ze dit monument gemaakt en ook de recente renovaties uitgevoerd. Opdat er in deze dagen van Pasen een nieuw leven mogelijk is.

Ik sluit met een gedicht, dat ik onlangs las:

Zoek niet naar mijn graf
Vraag me niet wie ik ben
en of jij me gekend hebt.
De idealen die ik had
blijven ook zonder mij bestaan,
Ik ben dood, maar leef voort
in de idealen die ik had.
En de anderen die blijven strijden
zullen nieuwe rozen doen bloeien.
Wanneer je daarover spreekt
spreek je over mij.

Zoek niet naar mijn graf
want dat zul je niet vinden
Mijn handen zijn nu de handen
van anderen die strijden.
Mijn stem roept in andere stemmen.
Mijn droom leeft voort bij anderen.
En weet dat ik pas sterf
als jullie de moed opgeven.
Want ieder die in de strijd valt
leeft voort in zijn kameraden.

(C.M. Gutièrrex)