Toespraak 2018

Herdenking 13 april 2018.

13 april 2018

Verzet

Dit jaar heeft het comité 4-5 mei het thema verzet centraal gezet in de herdenkingen. Daarom wil ik vandaag spreken over de betekenis van verzet toen en nu.

Het Wilhelmus is een verzetslied. De tekst weerspiegelt Willem van Oranjes tweestrijd inzake de opstand – het verzet- in de Nederlanden: enerzijds probeert hij als vertegenwoordiger van het staatsgezag trouw te zijn aan de Spaanse koning, anderzijds volgt hij zijn geweten dat hem voorschrijft in de eerste plaats God en het Nederlandse volk te dienen. Die tweestrijd is kenmerkend voor verzet: de twijfel: ”moet ik?” tegenover ”Mag dat wel?” Maar ook, als niet ”ik nu”. ”Wie dan wel? en wanneer dan wel?”
Die twijfel speelde sterk in het verzet: mogen we wel geweld opnemen? Wat zullen de repercussies zijn? Die repercussies waren genadeloos, van de twaalf die hier vermoord werden waren er vijf burgers die niks direct met het verzet te maken hadden.

Veel mensen in het verzet zochten, net als Willem van Oranje, rechtvaardiging voor hun acties in de bijbel. Wat waren die jongens bijbelvast. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de rol die het Zwaard speelt in het monument.
Hier in de muur waarvoor ze doodgeschoten werden staat gekrast ”hier velde het Duitse Zwaard twaalf Nederlanders.” Niks over geweren, ze kozen het ”bijbelse woord Zwaard.
En dan dit grote houten zwaard, scheef in de grond gestoken. We begrijpen het als: hier stopt het geweld. Tot hier en niet verder. We vertellen de schoolkinderen ook wel dat dit is als het zwaard van Koning Arthur. Alleen de rechtvaardige koning kan en mag het uit de steen trekken. Het verzet in 40-45 meende dat het zwaard moesten trekken tegen de onrechtvaardige tiran en God en Vaderland dienen. Net als in het Wilhelmus.
Het zwaard lijkt op een kruis en het werd ook een kruis als symbool van lijden en Pasen.
Het is altijd Pasen rond 13 april. Het monument getuigd van dat gevoel. Hier stierven jonge mensen – veel te jong- voor de bevrijding van anderen. De kuil hier voor de muur symboliseert het graf, het graf waar ze drie dagen in lagen. Op het graf op de Nieuwe begraafplaats (Mr. Nijhoff straat) staat ondanks alle pijn en verdriet: ”indien de zoon U vrijmaakt zult ge waarlijk vrij zijn.”

En nu staan we hier als tweede en derde generatie met een opdracht het verhaal van verzet en vrijheid door te geven aan kinderen en kleinkinderen.
Hoe leven we dit verhaal? Hoe geven we het door? Wat betekent dat Nu ”Dienaar te aller stond?”
Nederland heeft het heel goed 73 jaar na de bevrijding. We zijn bang voor terrorisme, maar in Nederland vielen er nog zo weinig slachtoffers. Immers niet elk jaar sterft een Theo van Gogh. Ook als we vergelijken met buurlanden waar meer slachtoffers vielen, zoals Frankrijk, of Engeland, dan nog is de kans dat wij door terrorisme omkomen kleiner dan één op tienmiljoen.
Dat ligt wel anders voor veel mensen die in Nederland asiel zoeken, gevlucht voor oorlogsgeweld of een fatwa. De Nederlandse bevolking wil solidair zijn met zulke vluchtelingen. Velen melden zich als vrijwilliger. Een peiling uit 2016 zegt dat 62 procent van de Nederlanders vindt dat mensen uit oorlogsgebieden en mensen die voor vervolging hebben te vrezen welkom zijn in Nederland. Een recent onderzoek van het Centraal Bureau van Statistiek komt op ruim 75 procent van de Nederlanders.
Hoe kan het dan dat de Nederlandse overheid zo zuinig is met het opnemen van vluchtelingen? In 2017 liet de overheid nog geen 25 procent toe van het aantal dat beloofd was in Europees verband. Dit roept gevoelens van verzet op bij mensen begaan zijn met het lot dat vluchtelingen in Nederland treft.

Verzet anno 2018 is veel gemakkelijker dan in 40-45. Het zwaard mag gelukkig diep in de grond verankerd blijven. Geweld hoeft niet meer. We kunnen in gesprek met politici- al is dat niet altijd eenvoudig. We kunnen op hen een beroep doen om recht en orde te herstellen in Nederland, mensenrechten te waarborgen.
We kunnen in gesprek met de plaatselijke overheid, dat gelukkig wel. Ook al begrijpen we dat -net als Willem van Oranje- de plaatselijke overheid trouw moet zijn aan het gezag in Den Haag en tegelijk haar hart wil laten spreken voor menswaardigheid en een multiculturele samenleving waar we samen trots op kunnen zijn in een vrij Heerde, een vrij Gelderland, een vrij Nederland, een vrij Europa.
Laten we straks zingen van Willem van Nassau, een man met wortels in Orange in Frankrijk, met Duits bloed en een koning in Spanje, die op komt voor mensenrechten in de protesterende Nederlanden en gehoorzaam aan zijn geweten de strijd aanvoert tegen de tirannie.
Dat is wel de vader van een ander Nederland.

(Henk van Apeldoorn)